Categorie archief: Willekeurig

Iedere willekeurige gedachte wordt gecategoriseerd. Als zelfs dat niet mogelijk is, komen ze hier terecht.

Even een idee tussendoor

Zomaar een losse gedachtengang die ik onmogelijk in minder dan 140 tekens kan losgooien op het wereldwijde web. Maar het kwam zojuist in me op.

Ik snap dat kinderdagverblijven duur zijn, maar kan er geen lantaarnpaal uitgevonden worden waar ouders hun kinderen aan vast kunnen maken voordat ze in een al OVERVOLLE supermarkt boodschappen gaan doen?

Gewoon, zodat mandjesvolk zoals ik zonder al te veel slalom-praktijken ook in relatief snel tempo door de gangen kunnen? Zet een ballonnenclown bij de lantaarnpaal, kan hij terwijl hij een oogje in het zeil houdt het grut ook nog entertainen. Een ballenbak is ook een optie maar het probleem daarvan is dat die zich al in de supermarkt bevindt en dan heb je bij binnenkomst al een opstopping van Bugaboo’s en huilende koters en halende en brengende ouders.

Nu hoor ik al de wederwoorden “Ja maar je bent ook debiel als je op een zaterdagmiddag boodschappen gaat doen”. Laat ik u zeggen, dat klopt. Maar soms kan het niet anders. En ook buiten deze spits-uren manifesteert dit leed zich, op kleiner niveau. Want al kan je een (spreekwoordelijk!) kanon afschieten in een supermarkt, er hoeft maar één 6-min’er in aanwezig te zijn om, waar je je ook bevindt, in de weg te staan.

Dus, gewoon buiten, lantaarnpaaltje (met afdak), ballonnenclown, klaar. Kostenbesparend en effectief.

Goud voor van Zetten

Het evenement is al een paar dagen oud en ik vind dat ik over de Olympische Spelen moet schrijven. Het houdt me aan de buis gekluisterd. Het mooie van de Spelen vind ik dat ik vaak met het hart in de keel zit te kijken naar iets waar ik geen donder van snap. Roeien, zwemmen, rennen, dat is nog wel te begrijpen. De eerste over de streep wint. Maar met het zelfde gemak krijg ik klamme handjes van een partij judo. Misschien nog wel klammer omdat ik pas door heb dat iemand heeft gewonnen wanneer de atleet in kwestie begint te juichen. Dat is overigens nog het lastigst bij Russen, want Russen lachen nooit.

Gelukkig zijn er commentatoren die ons een weg door de sport banen. De disciplines waar Mart Smeets zich te goed voor voelt (dat is alles behalve Wielrennen en Basketbal, senk joe) mogen zij doen.

Mijn favoriete sportbegeleider op tv is Hans van Zetten, Turn-guru. Hij vertelt wat je ziet, namelijk dat iemand heel hoog springt, of iets heel moeilijks doet, of een hupje te veel maakt bij de landing, of op zijn gat valt. Dat kan iedereen, zou je denken, maar niet op de manier waarop Hans van Zetten dat doet. Hans gooit met termen en zonder dat ik ze begrijp, begrijp ik ze. De dubbele Chroetsjov of de Jeltsin achterwaarts met een Korsakov er meteen achteraan, woowwwww!

Op de momenten dat het even wat minder technisch is licht Hans ons in met wat persoonlijke feitjes van de dames en heren turnsters en coaches. “Deze Russin is de oudste van de deelneemsters. En wat houdt dat dan in, nou ze is twintig [kakel-lachje]!”

Vol bewondering en medeleven sprekend, alsof hij voor het eerst in zijn leven naar turnen kijkt. En met een begrijpelijke en deskundige uitleg, ik zou willen dat hij vroeger mijn leraar was in de B-vakken, dan had ik geen pretpakket hoeven kiezen. Eens in de vier jaar laat Hans mij binnen in de curieuze wereld van de minimensjes en glitter make-up. Voor hem daarom een hartelijk applaus dat magnesium-stofwolken doet veroorzaken zodat het wit voor de ogen wordt. En een dikverdiende gouden plak.

We zijn er weer bij.

Er is geen ontkomen aan en daarom probeer ik, nu we er toch zijn, een graantje mee te pikken van het Onderwerp van de Dag voor de komende weken. Het EK Voetbal.

Eens in de twee jaar dompelen de meeste mannen zich onder in dezelfde hysterie waarmee ze ‘ons vrouwen’ in Zalando reclames belachelijk maken. Echter nu zonder gêne, want er wordt gevoetbald en voetbal is stoer, stoerder dan zeventienduizend dozen nieuwe schoenen.

‘Wij vrouwen’ (mijn excuses voor dit soort termen) proberen net zo enthousiast mee te doen maar uiteindelijk heb je toch een beetje het gevoel op een feestje te zijn waar je officieel niet voor bent uitgenodigd maar toch wel mag komen. Of je het EK nu beleeft met het wekenlang zoeken naar outfits en prullaria om jezelf mee te behangen zonder dat je er als een idioot uitziet. Vervolgens uitgedost in oranje/roodwitblauw met vriendinnetjes en wijntjes gezellig kletst en met een half oog meegilt met de meute. Of dat je het op de voet volgt, termen als buitenspel en schwalbe zonder horten of stoten kan uitleggen, je de rechtsbuiten van de midvoor kan onderscheiden en ook geïnteresseerd bent in ‘krakers’ als Griekenland-Tsjechië.

“He gezellig, oh wat staat dit jou leuk, ahhhh je kunt het hebben meis, oeh het wordt koud, ik trek er wel een legging onderaan haha! Rosé’tje?”

Als ik dan toch aan het hokjes-duwen ben, plaats ik mezelf in de categorie “Ik weet wat er speelt, ik weet wat het is, ik kijk er graag naar maar vraag me er niet te veel over.” En ik wil nooit het Italiaanse volkslied missen, dan gaat het volume op 11 en zing ik fonetisch mee, vandaar dat ik altijd voor de Italianen ben als ze niet tegen Nederland moeten, catennacio of niet. Dat volkslied. Topnummer.

Ik heb al een aantal keer laten vallen dat ik verwacht dat ‘we’ de kwartfinale niet eens bereiken, waarop ik verontwaardigde reacties krijg als ware ik gekleed in zwart/geel/rood met een opplaksnorretje. Mensen, het is wat ik DENK, niet wat ik HOOP! Rustig nou maar! Jullie mogen allemaal “Zie je wel!” roepen over anderhalve week als ik het mis heb.

Vanochtend hoorde ik in de sportschool het volgende korte gesprekje:

Vrouw tegen man: “Vanavond ook voetbal kijken?”
Man: “Ja! Jahaa!”
Vrouw: “Gisteren gekeken?”
Man: “Nee, ik kijk voorlopig alleen Holland.”
Vrouw: “Ja, je kan ook niet alles bijhouden he.”
Man.: “Nee, nee, dat gaat niet nee.”

Ik snap het maar tegelijkertijd snap ik het ook niet. Is het niet het zelfde als zeggen dat je GTST volgt maar dan alleen de afleveringen waarin Jef Alberts zit?

Vanavond tegen de Denen. Ik verwacht een krappe 2-0 zege.

De 8: Talentenjachten

Lijstjes zijn geweldig. Ze zijn resultaten van bewuste voorselectie en eliminatie en uiteindelijke keuzes die iemand heeft gemaakt. Of er veel of weinig over is nagedacht maakt niet zo veel uit, het is in ieder geval leuker dan een lukrake graai uit een grote grabbelton. Zelfs het onderwerp maakt me niet zo veel uit. De Top 10 Meest Favoriete Sladressings van de oudste bewoner in het oostkirgizische oblast Dzjalalabat? Interessant! Lijstjes!

Vooral als ze genummerd zijn, want niet alleen is er dan bewust nagedacht over het samenstellen van een beperkt aantal, maar er is ook besloten om het ene nog leuker te vinden dan het ander en die hoger op de lijst te zetten. En dat is nog maar de mening van één persoon. Kan je je voorstellen hoeveel top-zoveels je tegen kan komen!

En daar komt nu het mijne bij, want ook ik heb een lijstjesdrang. Als ik naar de supermarkt ga en ik heb maar 1 ding nodig, maak ik een lijstje.

– yoghurt
– rechtsdraaiend

Vanaf vandaag ga ik (proberen) lijstjes samen te stellen, een top 8. Want 10 is zo definitief, zo rond. En de nummer 10 is altijd lastig want dat is er eentje die je er eigenlijk niet in wil hebben maar toch inzet om de boel aan te vullen. Nummer 9 is dan eigenlijk van alle favorieten de minst favoriet en dat is ook zo sneu. Acht is mooi, acht is prima. Het is tevens ook, samen met 4 (want: de helft) mijn geluksgetal, althans, dat praat ik mezelf aan omdat 7 zo voorspelbaar is.

De 8 Van Vandaag:

DE MEEST NIET-VOOR-DE-HAND-LIGGENDE, OPMERKELIJKE MOMENTEN IN TALENTENJACHTEN

Lees verder De 8: Talentenjachten

Even geduld a.u.b.

Het is jullie waarschijnlijk opgevallen dat ik nog geen blog post heb geschreven over de uitzending van Devois (fonetisch oplezen). Met als doodeenvoudige reden dat ie nog op mijn recorder staat te wachten om bekeken te worden. Door de drukke dagen daaromheen en het volproppen met kleur-, geur- en smaakstoffen daartussen is het nog niet gelukt om er tijd voor te maken. Tegelijkertijd zit ik te bedenken waar ik, buiten een steeds minder boeiend worden tv-programma, nog meer over kan bloggen. Ik denk dat ik eruit ben maar gun me nog een paar uren/dagen extra en dan verschijnt hier weer een vers epistel!

Alles lijkt op die nieuwe DeGraw

Sinds deze week hoor ik extra vaak het nieuwe nummer van Gavin DeGraw op 3fm, omdat het tot Megahit is gebombardeerd. Niks mis met Gavin DeGraw, hij maakt leuke liedjes en z’n nieuwste mag er ook zeker wezen. Vaak heb je van die liedjes die op een ander nummer lijken. Maar steeds als ik Sweeter hoor, komt er weer een ander nummer in me op waar ik het op vind lijken. Ik heb besloten ze op een rijtje te zetten.

Allereerst het nummer in kwestie :
Gavin DeGraw – Sweeter

Eerste keer dat ik het nummer hoorde, dacht ik “Oh hey, TOF, een van de leukste Take That nummers aller tijden wordt gedraaid!

Toen al snel bleek dat dat niet zo was, kwam een ander lied in me op. Maar ik kon niet op de titel komen. Gelukkig was daar vandaag een mede-3fm-luisteraar die de dienstdoende DJ erop attendeerde dat het om \’Honey\’ van Moby gaat.

Dan heb je nog Epic van Faith no More, die ik zelf een beetje vergezocht vind maar het refrein heeft er qua melodie wat van weg. In dat zelfde rijtje hoort Hey Jude van The Beatles (“Naaaa nana nanananaaaaa!”).

Nou, vooruit dan maar. Gooien we California Love van Dr. Dre en Tupac erin want het is met name de ‘bada bam bam bam bam bam’ (mijn muziekterminologie gaat niet verder dan het kunnen onderscheiden van couplet/refrein/brug) die zo herkenbaar is. Aangezien California Love zelf ook al hevig gesnoept heeft uit andere potten kunnen we daarbij ook Woman to Woman van Joe Cocker met de haren bijslepen.

De teller staat nu op 6, wie heeft er meer suggesties?

Het is niet koud.

De zomer was ten dode opgeschreven en toen deze zich toch nog even meldde medio augustus, werden de overgebleven Prosecco’s uit de kast getrokken en snelde men naar de supermarkt om de BBQ schotels uit de schappen te vechten. Een laatste groet aan een zomer die nooit volwassen mocht worden dit jaar. Nog eventjes, nog één keer, voordat we weer in de standaard klaagmodus gaan en we de donkere tunnel in duiken. Geef het een mooie uitvaart en gooi er een hoopje zand over.

De zomer werd gebeten door de herfst en ging dood. En na een maand kwam ie ineens terug. Onherkenbaar haast. It’s aliiiiive! Ik noem dit geen Indian summer maar een Zombie Zomer.

Volgende maand is de intocht van Sinterklaas. Dus dan is dit toch écht de allerlaatste, toch? Over een aantal weken rijden we onze auto’s weer vast in de sneeuw en word je constant geëlectrocuteerd bij het aanraken van deurknoppen. Dus neem het er nog even van, met je bips op de grill en je speklap in het buitenwater. Knuffel die zomer helemaal dood! Aju.

Meneer met de Poes

Omdat hij het verdient, volgt hier een speciaal stukje over de Meneer met de Poes. Iedere avond, op weg terug naar huis van m’n werk, rijd ik langs een klein parkje. Het is amper een parkje te noemen, ’t is meer een grasveld waar een tweetal betonnen bankjes is neergezet, een extra padje is gelegd en verder omgeven is door een hele hoop struiken. En tussen die struiken loopt dagelijks rond de klok van 6 een meneer met zijn Poes.

De Meneer ziet er wat gezet, beetje grauwig en onverzorgd uit en hij lijkt zo eenzaam. Ik concludeer dat want als er een Mevrouw met de Poes zou zijn, zou ze vast ook een keer het beest uit hebben gelaten. Of zou ze tegen haar man hebben gezegd “Schat, je laat de poes al publiekelijk uit, zorg er op z’n minst voor dat je er zelf niet als een wandelende haarbal bij loopt.”

Dus, daarom denk ik dat een Mevrouw met de Poes niet bestaat. De Meneer komt thuis (van een werk dat het dragen van een papieren mutsje vereist), zet een pannetje hachee op en laat het pruttelen terwijl hij zijn jas aantrekt en Poes roept.

Vandaag liep hij er weer, de Meneer. Hij zat roerloos op een van de betonnen bankjes en keek sip naar zijn voeten. Waar dacht hij aan? De Poes lag naast hem. De Meneer schuifde een klein beetje op en ging per ongeluk op het puntje van de staart van Poes zitten. De Poes deerde het niet.  Weer thuis gekomen is de hachee klaar en krijg Poes er ook een hapje van.

Hives

Bedoelde u: hyves  

Nee. Hives. Want de free online dictionary zegt dat de betekenis hiervan “A skin condition characterized by transient, itching welts, usually resulting from an allergic reaction” is.
Kort gezegd: irritant.

Nu is het schrijven over Hyves-ergernissen net zo 2009 als Hyves zelf, excuses daarvoor. Toch wil ik het er over hebben.

In 2005 ging ik ‘op Hyves’. Hartstikke leuk, krabbelen, foto’s neerzetten en vooral: zoeken naar foto’s van mensen uit het verleden, bij voorkeur vervelende mensen uit het verleden en hopen dat ze in de afgelopen jaren oud, dik en lelijk zijn geworden.

Sinds een maand of 2 ben ik me langzaam maar zeker aan het deprofileren, onthyven. Ik was al steeds minder actief en logde af en toen nog in om de paar mensen die niet op Facebook/Twitter of in real life (oh ja, die real life, je zou het haast vergeten) te vinden waren, te volgen. Maar het werd steeds erger en het ging steeds viezer aanvoelen.

Het begon met de smileys. Die vrolijke olijke gele snuiters die onze diepste gevoelens uitdrukken. Handig. Sippe smiley, Boze smiley, Smiley die cool is, Smiley die lacht, een dansende banaan.

Allemaal leuk en aardig, totdat ze ook onze activiteiten overnemen. Autorijden, feesten, strijken, wassen, computeren, ziek zijn, op je hoofd tollen, paardjerijden. Ook handig ter opfleuring van je tekst maar je kan te ver gaan. De druppel kwam bij de komst van de Borstvoedingssmiley.

Oh mijn God, de borstvoedingssmiley. Wie is op dat idee gekomen? Mag ik daar een lichte elleboogstoot op uitvoeren?

Smiley kreeg een of andere gekleurde narrentooi op z’n kop, werd vrouw en kreeg een mini-smiley tegen zijn (sorry, haar) borst aan gedrukt. Inclusief zuig-bewegingen. Om onpasselijk van te worden. Het werd nog erger toen deze smiley from hell ook nog eens toegepast ging worden. Zonder direct een beschuldigend vingertje te wijzen, maar ik doe het toch: de werkende moeders en huisvrouwen. Grootgebruikers. Bij reacties op aangekondigde zwangerschappen en geboortes wordt Borstvoedingssmiley ingezet. “Ohhhh kind wat leuk, een kind, hier, een geel wezen met een slecht kapsel en pixels aan haar tiet, laat je me weten wanneer we beschuit met muisjes kunnen komen eten?”

Sowieso komen woorden er steeds minder van pas, alle dagelijkse activiteiten worden middels de avonturen van Smiley uitgebeeld.

Vertaalt zich in:
“Net de 3e was gedaan, zometeen met de auto boodschappen doen en dan strijken en de jongste voeden en naar de speeltuin en daarna nog wat hobbyphotoshops maken die zelfs Anne Geddes* zouden doen huilen en daarna tv kijken en dan slapen ik ben er moe van.”

En dan nog even over de ‘respect’ optie, die je bij een reactie kan aanvinken. Voor wat? ‘Zo, net 2 kilometer gelopen naar het treinstation om m’n schoonmoeder op te halen, nu vijl ik haar teennagels onder het genot van een bakske koffie.’ 32 Hyvers respecteren dit. Nu is Facebook ook heel beperkt met de ‘vind ik leuk’ optie, want ik mis nog heel erg een ‘vind ik niet leuk’ of ‘TMI’ button. Maar het is ook geen respect. ‘Respect’ geef ik aan de derdewereldlander die net 3 dagen naar de dichtstbijzijnde put heeft gelopen voor een half emmertje water. Of de jongleur die zonet 15 minuten lang twintig Ming-vazen hoog heeft weten te houden. Ik noem maar een voorbeeld.

Ik ben Hyves-moe. Ik wil er van af maar toch ben ik te nieuwsgierig naar andermans klein leed om mezelf er helemaal van te distantiëren. Wat jammer dat daar nog geen smiley voor bestaat.

*Nu Anne Geddes zo ter sprake komt besef ik me dat deze zuigelingenkunstenares ooit nog een aparte blogpost verdient. *ril*

Die Dingen.

Stap 1 is toegeven dat je een probleem hebt. Nu vind ik mijn probleem niet echt een probleem probleem, meer een nare bijkomstigheid die niemand (inclusief mijzelf) echt begrijpt. Maar toch, ik wil het even zwart op wit, digitaal, online toegeven. Komt ie dan.

Ik lijd aan een (mijns inziens) ernstige vorm van Koumpounophobia. Gelukkig bestaat er een engelstalig wetenschappelijk (lees: deftig) woord voor want dat betekent dat ik:

  1. niet de enige ben (want blijkbaar zijn er mensen voor me geweest die de wens hadden om hun bizarre hersenaandoening te benamen).
  2. de fobie niet in Jip en Janneke-taal hoef te benoemen, waardoor ik dat nare moment vermijd waarop ik het woord van het gefobeerde voorwerp moet typen en ik misselijk word.

Ja, het is best ernstig. Ik wil Die Dingen (zoals ik ze vanaf nu noem) niet zien, niet dragen, niet aanraken, de naam ervan niet uitspreken of typen.

En daarom heeft deze blog-entry ook geen plaatje, want het meest logische zou zijn om een foto van Die Dingen te plaatsen. Tenzij je ook graag een plaatje van een door mij volgevomeerde emmer ziet.

Ik weet niet wanneer het begon en waarom, naar mijn weten heb ik altijd al die aversie gehad. Mijn vroegste herinnering was een trui die mijn moeder voor me kocht toen ik een jaar of 7 was. De trui an sich was op z’n zachtst gezegd al afzichtelijk. En dat zegt veel, want het waren de jaren ’80 en we weten allemaal dat toen haast alles getolereerd werd op het gebied van mode. Het ergst van alles waren de 3 Dingen op de trui. Ik ben naar mijn kamer gegaan en heb stilletjes gehuild.

Was het de lelijkheid van de trui die de latente fobie heeft getriggerd en in volle glorie zich de komende 27 jaar (en ik vrees minstens net zo veel jaren daarna) liet manifesteren? Ik heb geen verklaring hiervoor. Ik vind Die Dingen vies, naar, om te zien. Als ik er per ongeluk een aanraak, is het voor mijn gevoel het zelfde als wanneer ik eens lekker ga snorkelen in het Amsterdamse riool.

Om over het dragen ervan maar niet te spreken. Ik mijd die situaties daarom ook. Het maakt het leven wel wat lastiger wanneer ik op zoek ga naar nieuwe kleding. Voor mij is de grootste vereiste van het kledingstuk de sluiting. Zie ik een ontzettend leuke rok, vest of broek maar heeft het van Die Dingen? Jammer dan. Het is echter al een aantal keer voorgekomen dat ik echt graag die rok of broek wilde kopen. In veel gevallen zit zo’n Ding dan ook compleet nutteloos als extra sluitpost aan de binnenkant van het kledingstuk (de BINNENKANT! Dan zit het OP JE HUID! Waarom? In godsnaam. Gad-ver-damme.) en dan koop ik het en laat ik het een paar dagen in een tas liggen. Totdat ik de moed heb verzameld om de rok/broek tevoorschijn te halen en, met ingehouden adem, zo snel mogelijk het stuk addergebroed weg te knippen of snijden. Hup, de prullenbak in. En dan zo snel mogelijk de vuilniszak de deur uit. De rok of broek is klaar om gedragen te worden.

Een troost voor mezelf is dat ik mijn fobie beperkt tot kleine, plastic glimmende Dingen met gaatjes. Dus metalen Dingen -zoals bij spijkerbroeken en sommige jassen- zijn oké, daar kan ik goed mee leven. Behalve als ze te los hangen. Wederom, een verklaring? Die heb ik niet.

En vrienden/familie/bekenden dan? Het zou wat zijn, als ik van mijn bezoek eis dat ze zich hullen in een lappendeken die door riemen op de plaats wordt gehouden. Zo erg is het nog net niet met mij gesteld. Maar als ze hun vest of jas op een dergelijke positie neerleggen dat Die Dingen me als tientallen priemende ogen aankijken, probeer ik terloops stiekum het stuk te verleggen zodat er niets meer van te zien is.

Vorig jaar kocht ik een hele leuke winterjas. De bontkraag (nep! Nep!) maakte ‘m nog leuker, maar helaas. Er zaten vierhonderdmiljoen minuuscule klote-Dingen aan. Ik heb ze een voor een los gemaakt zonder gek te worden. Een triomf. Vervolgens de bontkraag zo gevouwen dat Die Dingen niet zichtbaar zijn en in de gangkast gedaan, bij de handschoenen, paraplu’s en sjaals. Iedere keer dat ik die kast open doe (gezien de aard van de zomer dit jaar gebeurt dit vaker dan ik wil), word ik een klein beetje misselijk.

Er zullen vast legio behandelingen voor dit soort rariteiten zijn. Maar, stel je voor, je bent bang voor spinnen en je wil ervan af. Sta je te springen bij de gedachte dat je daarvoor eerst in een bak tarantula’s moet slapen? Dus ik hou het nog maar even zo. Eigenlijk vind ik het wel grappig, nog steeds. Het is redelijk uniek, raar, vervelend maar ook uitdagend tegelijk. En vooral: onverklaarbaar. Geen touw aan vast te knopen.

Oh shit.