Meneer met de Poes

Omdat hij het verdient, volgt hier een speciaal stukje over de Meneer met de Poes. Iedere avond, op weg terug naar huis van m’n werk, rijd ik langs een klein parkje. Het is amper een parkje te noemen, ’t is meer een grasveld waar een tweetal betonnen bankjes is neergezet, een extra padje is gelegd en verder omgeven is door een hele hoop struiken. En tussen die struiken loopt dagelijks rond de klok van 6 een meneer met zijn Poes.

De Meneer ziet er wat gezet, beetje grauwig en onverzorgd uit en hij lijkt zo eenzaam. Ik concludeer dat want als er een Mevrouw met de Poes zou zijn, zou ze vast ook een keer het beest uit hebben gelaten. Of zou ze tegen haar man hebben gezegd “Schat, je laat de poes al publiekelijk uit, zorg er op z’n minst voor dat je er zelf niet als een wandelende haarbal bij loopt.”

Dus, daarom denk ik dat een Mevrouw met de Poes niet bestaat. De Meneer komt thuis (van een werk dat het dragen van een papieren mutsje vereist), zet een pannetje hachee op en laat het pruttelen terwijl hij zijn jas aantrekt en Poes roept.

Vandaag liep hij er weer, de Meneer. Hij zat roerloos op een van de betonnen bankjes en keek sip naar zijn voeten. Waar dacht hij aan? De Poes lag naast hem. De Meneer schuifde een klein beetje op en ging per ongeluk op het puntje van de staart van Poes zitten. De Poes deerde het niet.  Weer thuis gekomen is de hachee klaar en krijg Poes er ook een hapje van.