Tagarchief: jaren ’90

Sprong in de tijd

Ik vind het een ietwat afgezaagd maar toch een erg leuk idee: het maken van een nieuwe, oude foto. Bijvoorbeeld een foto van vroeger waar je samen met je jongere zusje op staat, grote knuffelapen in de hand, je zusje in een wandelwagen en jij erachter. Zelf kom je amper boven de wagen uit.

Bij de reproductie van de foto, meer dan 25 jaar later, zijn de knuffelapen kleiner dan ze leken, de wandelwagen moet noodgedwongen plaats maken voor een ander ongemakkelijk vehikel waar zusje nog maar net in past en qua kleding probeer je de stijl en kleuren ietwat te evenaren, maar het lukt niet echt. Maar samen met zus heb je de grootste lol en je ouders zijn blij verrast met het resultaat. Voor een paar momenten ben je weer 5 jaar oud.

Gisteren ging ik naar een Take That concert.

Gisteren was ik voor een paar momenten weer 17.

Ja, ik was fan. Groot fan. In ’95 zag ik ze voor het laatst met z’n vijven, live, in het Ahoy’. Ik heb ze daarna nog als viermansgroep gezien maar, ondanks het feit dat ik die shows ook geweldig vond, bekroop me bij vlagen toch steeds het gevoel. Ik mis er een. Het is niet oldskool genoeg.

De laatste dag dat ik ze alle 5 bij elkaar zag. Een bar koude dag in maart, 16 jaar geleden, ik kreeg geen hap door mijn keel. Bloednerveus was ik, zo gespannen want alles moest goed gaan. Ik wilde de beste plaatsen voor het podium, want ik zou gaan zwaaien tot mijn armen eraf vielen. Mark Owen zou me zien en op slag verliefd worden en zo ongeveer vijf jaar erna zouden we trouwen, we krijgen kinderen, ik een leuke baan in de omgeving van Manchester, hij miljoenen verdienend als tourend lustobject. Ik had het helemaal uitgestippeld.

Die dag in ’95 had ik nog angsten uitgestaan tijdens de security check want camera’s waren verboden en er stond de doodstraf op. Wegwerpdingetje werd een wegwerkdingetje. Een beetje ruimzittende broek of bh kon zoiets netjes verbloemen. Take That had geen breedheupige, rondborstige fans. Dat leek maar zo. We smokkelden de meest geavanceerde foto- en videomaterialen naar binnen. Undercover Joopvantellingers waren we.

Er zaten 24 opnames op m’n wegwerker en geen enkele bleek te zijn gelukt. Kut.

Ondanks de misselijkheid, de stress, paniek, onderlinge rivaliteit (Mark is van MIJ! Nee IK vind hem de leukste! Kutwiiijjfff!) het concert van mijn leven gezien. In tegenstelling tot wat de meeste mensen dachten bestond een Take That concert niet uit ram-bam liedjes zingen aan de lopende band, beetje dansen, beetje playbacken. Geloof me, ik heb genoeg uren en guldens versleten aan dit soort copy/paste optredens van talloze jongensgroepjes. Take That hoorde daar niet bij. Nee, als Take That een concert geeft dan geven ze een Show. Met humor, gewaagde verkleedpartijen, briljante thema’s. Natuurlijk ging het me destijds alleen om de jongens zelf en het zo hard mogelijk meekrijsen van de liedjes en het verklaren van de liefde aan Mark Owen. Laat ik mezelf nou niet minder oppervlakkig doen voorkomen dan ik destijds was. Maar zelfs door al die hormonale manie heen zag ik dat de show gewoon briljant was. Oudere broer van m’n beste vriendin C. kon het beamen, hij was uit nieuwsgierigheid ook gegaan en vond het fan-tas-tisch.

Geloof me nu maar.

Best verdrietig was ik dus toen Robbie uit de band stapte en amper een jaar later Take That uit elkaar ging. Toegegeven, ik was ondertussen wel een beetje op de band uitgekeken en Mark Owen was eigenlijk best lelijk en dat zou toch nooit iets worden. Maar het waren met name de concerten die ik zo ging missen.

16 jaar later. Take That komt terug als 5-piece. De kans om de Cirkel rond te maken. En ook dit keer was ik, heel even, nerveus. Gewoon, omdat alles weer moest kloppen nu.

En alles klopte uiteindelijk. Tsja, je hoopte het en het was ook te verwachten. Iedereen wordt een dagje ouder en daarmee ook wat relaxter. Met speels gemak werkte ik nu vooraf een bord pasta met zalm naar binnen zonder te kokhalzen van de zenuwen. Ik ben rustig in de rij gaan staan en (in enigszins flinke pas) de ArenA binnen gelopen en heb een prachtig plaatsje bij het podium bemachtigd. Geen ellebogen, geen ge-trut, geen kleerscheuren. Geen gezeur bij de security, je mocht vrolijk naar binnen lopen met je digitale superzoom camera met een capaciteit van driehonderdmiljoenmiljard opnames.

Hop, binnen, zitten, wachten. Wachten op de show die Perfect moest wezen, want: de Cirkel. Die moest rond.

Het concert was een vervijfvoudigde overtreffing van ’95. Qua muziek, productie, show en gemoedelijke sfeer. Mensen kijken vreemd, in sommige gevallen zelfs laatdunkend als je zegt dat je naar een concert van een boyband vol veertigers gaat. Onterecht. De muziek mag niet helemaal jouw smaak zijn maar aan entertainment en productie valt niks af te dwingen. Die is er meer dan genoeg. En ondertussen besef je stiekum dat de muziek eigenlijk helemaal niet zo slecht is.

Geloof je me niet, check You Tube maar.

Vrolijk zong ik mee met de nummers, alhoewel de meest recente me nog niet echt heel bekend waren. Ik blijf dan toch wel een beetje een oldskooler. Maar ik miste halverwege het concert nog één dingetje: dat Gevoel dat ik wilde krijgen. De Cirkel. Dan zou die rond zijn. Ik wilde me weer even 17 voelen.

Dat kwam op een onverwacht moment, zo tussen de bedrijven door. Op een moment dat me deed denken aan de foto waarover ik eerder vertelde. De vijf stonden gebroederlijk naast elkaar, haast recht voor m’n neus. En besloten dat het tijd was voor een photo opportunity.

“Let’s try to jump like we did for the cover of our very first album!”

De mannen zijn wat ouder en stroever. De sprongen zijn wat minder atletisch en de setting was anders. Maar je zag aan ze dat ze er lol in hadden en dat ze zich even weer twintigers waanden.

“Three…

two…

one…

JUMP!”

En zo, werd er letterlijk en figuurlijk een sprong naar ’95 gemaakt. En was ik weer 17. En was de cirkel rond.

Never forget.